De oude molen aan de rand van het dorp Elden draaide al eeuwen mee met de wind. Elke ochtend begroette hij de zon met rustige wieken, alsof hij het landschap beschermde.
Kinderen renden erlangs op weg naar Josef school, hun stemmen mengden zich met het zachte gekraak van hout.
Binnen rook het naar meel en herinneringen. De molenaar streek met haar hand over de stenen, trots op het ambacht dat generaties had gedragen.
Wanneer de avond viel, stond de molen stil, maar nooit verlaten. Hij bleef waken, een stille getuige van tijd, traditie en het ritme van het land.





